“Zijn we al toe aan een nieuw businessmodel voor brancheverenigingen?”

8/11/2015 - door Peter Loef

Brancheverenigingen hebben vanuit de traditionele belangenbehartiging een vrij overzichtelijke rol. Ze organiseren het collectief op grond waarvan cao’s worden afgesloten, lobby wordt verricht, individuele ondersteuning aan leden wordt geboden en de branche wordt geprofessionaliseerd.

Ondanks dat dit heel overzichtelijk is, wordt er binnen de structuur van de vereniging veel overlegd om deze taken goed uit te voeren. Daarbij kunnen besluitvormingsprocessen lang duren. Er wordt veel vergadertijd van bestuurders gevraagd. Dit kan zijn voor vergaderingen van een ledenraad, een landelijk, regionaal of sectoraal bestuur of voor een commissie of een projectgroep. Zij ontvangen daartoe veelal vakatiegeld. Daarnaast kunnen de medewerkers van het bureau een groot deel van de week met overleg bezig zijn. Al dit overleg is er op gericht de eigenheid van de sector bij de in de eerste alinea genoemde rollen tot uiting te laten komen. Maar levert dit proces in deze snel veranderende omgeving met snel veranderende behoeften van leden nog wel de vereiste ledentevredenheid op om hen via het lidmaatschap tot investeren te verleiden? Overigens, ieder gemiddeld bedrijf wat in de markt opereert zal zo’n groot aantal uren en het bijbehorend bedrag aan overhead niet in het tarief kunnen verwerken. Zij zouden zichzelf daarmee in de markt buiten spel zetten.

Onder druk van de economische ontwikkelingen letten steeds meer bedrijven op hun uitgavenpatroon. Er ontstaat een groter wordend kostenbewustzijn. Kosten en baten moeten steeds meer écht naar de positieve kant uitslaan anders wordt de investering in het lidmaatschap als een desinvestering gezien. Met als gevolg dat het lidmaatschap wordt opgezegd. Veel brancheverenigingen komen hierdoor inmiddels onder druk te staan en ervaren daarmee óók de tucht van de markt. De vraag is op welke manier zíj daar mee om gaan. De keuze hoe dat te doen is bepalend voor het voortbestaan!

De artikelen in de verenigingsvakbladen gaan meer en meer over ‘het nieuwe businessmodel’. Op welke andere manieren kunnen we de begroting sluitend krijgen bij gelijkblijvend werk en een gelijke manier van werken, maar met een dalend ledental? Moeten we meer subsidies verwerven, moeten leden een hogere contributie gaan betalen, moeten leden (meer) of eerder gaan betalen voor individuele dienstverlening, moeten kortingen op verzekeringen e.d. ontwikkeld of uitgebouwd worden en/of moet een aan de vereniging gekoppelde BV worden opgericht? Zo maar wat vragen die ik voorbij zie komen.

Wat mij opvalt is dat er ogenschijnlijk weinig kritisch naar de eigen interne processen wordt gekeken en naar het vinden van een andere manier om aan de veranderende behoeften van leden te voldoen.

Waarom overleggen wij zo veel? Is dat omdat de inhoud zo complex is of omdat de structuur van de vereniging ons daartoe dwingt? Spelen individuele belangen een rol waardoor het zo lang duurt dat besluiten worden genomen of standpunten worden ingenomen? Zijn de uitkomsten van de discussies afgestemd op de snel veranderen behoeften van leden of op de behoeften van die bedrijven die in de bestuurlijke omgeving het sterkst vertegenwoordigd zijn? Is het bureau van de vereniging voldoende aangesloten op de veranderende economische verhoudingen en het kostenbewuster worden van de leden die vooral toegevoegde waarde willen zien? Zijn we nog wel in staat om de vereiste flexibilteit aan de dag te leggen om aan de snel veranderende behoeften van leden te kunnen voldoen? In de tijd van de branchevereniging 1.0 was er voldoende tijd, geld en ruimte beschikbaar plus was er loyaliteit naar een vereniging. Je hoorde tenslotte lid te zijn. Die tijd is voorbij!

Tal van willekeurige vragen die in deze fase van ‘het verenigingsbestaan’ mijns inziens wezenlijke vragen zijn. Ook vragen die behandeld zouden moeten worden vóórdat we spreken over nieuwe businessmodellen. In mijn beleving heb je zelfs de strijd al verloren als je met de verdienmodellen begint.

Succesfactor en reden van bestaan is dat je mensen moet weten te interesseren om in jou als vereniging te willen investeren. Je moet in staat zijn duidelijk te maken dat jij iets hebt wat zij graag willen hebben. Alsdan zijn ondernemers bereid er geld voor te betalen. Ben je daartoe in staat, dan kun je het nog steeds over nieuwe verdienmodellen hebben, maar niet meer als middel om ‘te overleven’.

‘”Buiten winnen, begint binnen!”

 

Reacties
blog comments powered by Disqus